5 tips – Brasem vissen in maart

5 tips - Brasem vissen in maart

Veel beginnende vissers, maar ook ervaren vissers die brasem vissen in maart hebben moeite om aanbeten te krijgen of missen de ene beet na de andere. Daarom geven wij tips & tricks voor het brasem vissen in maart.
Sportvisbrigade
Sportvisbrigade
Auteur

Tip 1. Kies voor kleine ondiepe wateren voor het feedervissen

In maart is het water nog steeds relatief koud en de brasem is nog niet erg actief. Dit komt doordat de watertemperatuur langzaam begint te stijgen na de koude wintermaanden. Echter, kleine, ondiepe wateren hebben de neiging om sneller op te warmen dan grotere waterlichamen, zoals rivieren of grote meren. Hierdoor kan de brasem eerder actief worden in deze kleinere wateren.

Het is daarom een goed idee om je te richten op vijvers of kleinere meren voor een succesvolle start van het feederseizoen in maart. Deze wateren warmen sneller op vanwege hun beperkte omvang en diepte, waardoor de brasem eerder begint te foerageren. Het vinden van deze warmere plekken kan belangrijk zijn voor het vangen van vis in het vroege voorjaar, aangezien de brasem de neiging heeft zich te concentreren op gebieden waar het water iets warmer is.

Tip 2. Peil de juiste diepte bij het dobber vissen

Peilen van de diepte is heel belangrijk, vooral bij het vissen op brasem in maart. Brasems verblijven vaak op specifieke dieptes afhankelijk van de watertemperatuur en het aanbod van voedsel. Een nauwkeurige peiling helpt je om je aas precies op de juiste diepte aan te bieden. Hier is hoe je dat doet:

  1. Kies het juiste peillood: Begin met een geschikt peillood. Dit lood moet zwaar genoeg zijn om de bodem te bereiken, maar niet zo zwaar dat het de bodem te veel verstoort. Een peillood met een gewicht van ongeveer 10-30 gram is vaak geschikt, afhankelijk van de diepte en stroming van het water.

  2. Bevestig het peillood:
    Klem het peillood op de lijn net boven de haak. Dit kan met een knijppeillood of door het peillood aan de lijn te hangen.

  3. Zoek de bodem op: Gooi je lijn uit en laat het peillood naar de bodem zinken. Zorg ervoor dat je lijn goed strak staat, zodat je kunt voelen wanneer het lood de bodem raakt.

  4. Peil de diepte: Nadat je het peillood naar de bodem hebt laten zakken, trek je de lijn strak en stel je je dobber zo in dat deze net boven het wateroppervlak drijft. Als je dobber onder water verdwijnt, betekent dit dat je aas niet op de bodem ligt. Pas de diepte aan totdat je dobber net boven het water drijft wanneer het peillood de bodem raakt.

  5. Bodemstructuur analyseren: Door het peillood voorzichtig over de bodem te bewegen, kun je een idee krijgen van de bodemstructuur. Een zachte, modderige bodem voelt anders dan een harde, zanderige bodem. Brasems geven de voorkeur aan zachtere bodems waar ze naar voedsel kunnen zoeken.

  6. Markeer de diepte: Zodra je de juiste diepte hebt gevonden, markeer je dit op je lijn met een waterbestendige pen of door een klein stukje elastiek op de lijn te plaatsen. Dit helpt je om snel de juiste diepte terug te vinden als je opnieuw moet uitgooien.

  7. Verfijning: In de winter, wanneer brasems minder actief zijn, kan het nuttig zijn om je aas net boven de bodem aan te bieden. Dit kan door de diepte iets te verkorten zodat het aas zweeft boven de bodem, wat vaak aantrekkelijker is voor brasems in koud water.

  8. Houd rekening met veranderingen: Wees alert op veranderingen in de waterdiepte gedurende de dag, vooral in rivieren of bij wisselende weersomstandigheden. Pas je peiling regelmatig aan om ervoor te zorgen dat je aas altijd op de optimale diepte wordt gepresenteerd.

Tip 3. Vis in de luwte

De brasems die nog op zoek gaan naar voedsel, doen ze met name in de kantzone. Probeer dus eens op een zonnige dag in maart een compacte voerplek te maken 1-2 meter van de overkant af op een ondiep stuk kanaal. Dan zit jij op goud! Kies een lokvoer recept voor brasem dat bij jouw watertype past, blijft je korf niet goed liggen door de lijndruk? Kies dan een korf 10 gram zwaarder, net zo lang totdat je secuur op één plek kan blijven vissen met je feederhengel.

Met name in de namiddag en op stekken die buiten bereik liggen van de koude noordenwind zijn zéér interessant. Doordat de koude wind er geen vat op heeft en de heldere zonnestralen wel warmen de ondieptes relatief snel op en maken dit dus instant trekpleisters voor brasems.

Tip 4. Maak het attractief maar niet verzadigend

Gebruik smaken en dips voor je aas of lokvoer. Vooral in de winter moet je het schrale voer (voer met minder voedingsstoffen/verzadiging) aantrekkelijker maken. Door een attractor of flavour in je winter lokvoer te gebruiken werkt het niet extra verzadigend, maar heeft het wel meer aantrekkingskracht op de vis. Ook het gebruik van een dip kan het aas wat extra kracht geven.

Vermijd het gebruik van grote hoeveelheden grondvoer. Te veel voer kan de vissen verzadigen of afschrikken. Een lichte voerstroom, die bestaat uit fijne deeltjes en aas, kan brasems subtiel naar je stek lokken zonder ze te overvoeden.

Vergeet niet dat in de winter de eerste aanbeet wat langer kan duren. Heb je de vis of je aas eenmaal gevonden, dan wordt het waarschijnlijk een dag vol actie.

Tip 5. Vis subtiel in Maart

In maart vereist het vissen op brasem een meer verfijnde en subtiele aanpak. Dit komt doordat de stofwisseling van de brasem trager is bij lagere watertemperaturen, waardoor ze minder actief zijn en voorzichtiger bijten. Hier volgt een gedetailleerde uitleg over hoe je deze aanpak effectief kunt toepassen:

  1. Kleinere haken gebruiken: In de winter, wanneer brasems voorzichtiger zijn, is het belangrijk om kleinere haken te gebruiken. Haken van maat 18 tot 24 zijn ideaal. Deze kleinere haken zijn minder zichtbaar voor de vis en maken een minder invasieve presentatie van het aas mogelijk. Dit verhoogt de kans dat de terughoudende brasem in de koudere maanden toehapt.

  2. Dunnere lijnen: Combineer deze kleinere haken met dunnere vislijnen. Fijnere lijnen zijn minder opvallend in het water en bieden minder weerstand, wat belangrijk is voor het detecteren van subtiele aanbeten. Een lijndikte tussen 0,10 en 0,14 mm is vaak geschikt voor deze subtiele visserij.

  3. Subtiel aas gebruiken: Omdat de brasem in de winter minder voedsel opneemt, is het gebruik van klein, subtiel aas effectief. Pinkies, kleine maden of zelfs stukjes worm zijn goede keuzes. Deze aassoorten zijn niet te groot of overweldigend voor de brasem en kunnen makkelijker worden opgenomen.

Brasem kalender

brasemvissen | Sportvisbrigade.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *